In het huidige economische systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd, is een circulaire economie er op gericht om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en om waardevernietiging te minimaliseren.

In de agrarische sector en in de voedselsector krijgt het circulaire ondernemen gestalte in verticale landbouw, landbouw in of op gebouwen; in initiatieven die voedselverspilling tegengaan; hergebruiken van reststromen voor diervoeder, compost of voor het opwekken van energie in biovergisters. Voor reduce, re-use en recycle strategieën in andere sectoren van de economie, lees Circulaire economie in kaart van het Planbureau voor de Leefomgeving, 2019. Het schetst de stand van zaken van onze circulaire economie tot nu toe.

Voor het stimuleren van een solide overgang van een lineaire naar een meer circulaire economie is het van groot belang dat bedrijven vooraf voldoende zekerheid hebben over de juridische status van de materialen die ze voortbrengen of gebruiken.

Bijvoorbeeld, kunnen koffieresten als grondverbeteraar dienen? Wanneer is er geen sprake meer van afval? Wat moet onder afval worden verstaan?

In de juridische zin van het woord is afval:

elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen, of zich moet ontdoen’.

De rechtspraak volgt de letterlijke tekst van deze definitie uit de Kaderrichtlijn Afvalstoffen, alhoewel zich ook steeds meer een maatschappelijke interpretatie aftekent in de afvaljurisprudentie, is vooral bepalend of de houder zich van een stof of voorwerp ontdoet, wil of moet ontdoen.

In het geval er sprake is van ‘afvalstoffen’ zullen ondernemers immers de specifieke wettelijke procedures en verplichtingen in acht moeten nemen die gelden voor het omgaan met afvalstoffen.

Bijvoorbeeld, handelen conform het stort- en verbrandingsverbod (art. 10:2 Wm), het afgifteverbod 
(art. 10:37 Wm), het inzamelverbod (art. 10:45 Wm), het mengverbod (art. 10:54a Wm) en het overbrengingsverbod (art. 10:60 Wm en de EVOA). Het begrip afvalstof fungeert zo als het ware als de sleutel voor de toepassing van deze verplichtingen en bepalingen. Vandaar het belang om het ‘materiaal’, zo mogelijk, anders te laten kwalificeren dan afvalstof. En inderdaad, er zijn succesvolle voorbeelden te vinden van afvalstoffen die als grondstof mogen worden gebruikt of een einde-afvalstatus hebben verkregen. Zoals in het volgende voorbeeld. Een groenrecyclingbedrijf in Waddinxveen heeft een rechtsoordeel aangevraagd voor een einde afval-status van tomaat- en paprikaloofsap. Een aanvraag voor een rechtsoordeel voor een bijproduct of einde-afval-status wordt door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat beoordeeld.

De aanvraag voor dit rechtsoordeel betrof geshredderd loof van biologische tomaten- en paprika’s dat verder tot sap werd gemaakt door het te scheiden van de pulp van het loof. Het loofsap wordt gebruikt in de vergisters van de afvalwaterzuiveringsinstallatie van Heineken voor de productie van biogas dat weer wordt gebruikt in de energievoorziening van de brouwerij.

Voor het beoordelen van de vraag of een stof, een mengsel, of voorwerp de einde-afvalstatus kan verkrijgen is voorwaarde dat wordt voldaan aan de uit de toepasselijke bepalingen (Kaderrichtlijn en Wet milieubeheer) blijkende vereisten. Uit die bepalingen volgt dat een einde-afvalstof-status kan worden toegekend als wordt voldaan aan de volgende criteria: a)  de stof of het voorwerp wordt gebruikelijk toegepast voor specifieke 
doelen; b)  er is een markt voor of vraag naar de stof of het voorwerp; 
c)  de stof of het voorwerp voldoet aan de technische voorschriften voor de 
specifieke doelen en aan de voor producten geldende wetgeving en 
normen; en tevens 
d)  het gebruik van de stof of het voorwerp heeft over het geheel genomen 
geen ongunstige effecten voor het milieu of de menselijke gezondheid.

In het rechtsoordeel voor het Waddinxveense bedrijf werd na uitgebreide toetsing van de vorengenoemde criteria geconcludeerd dat het loofsap afkomstig van het persen van biologisch geteelde paprika- en tomatenloof als einde-afval kan worden aangemerkt met toepassing in een vergister waarbij biogas wordt geproduceerd voor inzet in de eigen installatie bij
de verwerker en het uiteindelijke digestaat wordt toegepast als compost. Met dit rechtsoordeel kan een mooie een stap naar circulair ondernemen worden gezet. Dit voorbeeld zou elk bedrijf kunnen inspireren een gelijke weg te bewandelen. Elk bedrijf kan een rechtsoordeel aanvragen over de einde-afval status van het materiaal dat zij op een andere manier willen aanwenden dan storten of verbranden. Overigens is een rechtsoordeel geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Het heeft slechts een informatief karakter maar kan wel worden ingebracht bij beoordelingen door het bestuursorgaan dat wél het bevoegd gezag is. Anderzijds zal het bevoegde gezag naar mijn opvatting niet zonder meer dit rechtsoordeel naast zich neer kunnen leggen maar een afwijzing gedegen dienen te motiveren.

Het aanvragen van een rechtsoordeel over de einde-afval status van bepaald materiaal betekent kansen in de circulaire econome voor agrarisch afval en in het bijzonder voor biologisch afval. Het groenrecyclingbedrijf in Waddinxveen heeft bij haar aanvraag ervaren dat biologisch tomaat- en paprikaloof gunstiger afsteekt op criterium c. (het voldoen aan de technische voorschriften voor de 
specifieke doelen en aan de voor producten geldende wetgeving).

Contact opnemen